| |
In
Singapore heb ik gezocht naar de laatste kampong die er was, en telkens ik er
een gevonden had kwam na een week, soms enkele weken, het officiële bericht dat
ook dit laatste stukje natuur moest plaats maken voor highrise buildings,
want... er was nood aan woningen wegens het constant aangroeien van de
bevolking. En dus werd iedereen -lees de gewone man- in blokken van 14
verdiepingen hoog opgestapeld. Ik heb er gewoond in die blokken... maar nooit
voor lang. Op de weinige plaatsjes waar de natuur nog natuur was kon ik dan
gewoonlijk nooit langer dan een paar weken blijven. En verhuizen heb ik vaak
gedaan. Zeker 50 keer. Mijn record is 14 keer binnen 2 jaar. Dat kwam vooral
omdat Singapore een grote stad is, zonder nog een echt stukje zuivere natuur. En
ik heb nood aan natuur. In die natuur vind je ook de meest natuurlijke mensen.
Echte mensen. Mijn soort mensen. Feitelijk ben ik geen echte reiziger, maw
iemand die altijd maar verder wil... nieuwe dingen wil zien en andere mensen
wenst te ontmoeten... nee, ik ben meer een verhuizer... iemand die zoekt naar de
meest geschikte plaats... de plaats waar ik me het best thuis voel en daar dan
vertoef voor korte of lange tijd. Als sterrenteken Stier heb ik nood aan
mijn eigen vertrouwde, vaste omgeving. Een plaats waar ik me thuis voel. Bij
mensen waarmee ik een band heb. Vanaf het ogenblik dat ik ergens mijn tent
neerzet is dat mijn plaatsje, wordt dat mijn thuis. Ik heb daarbij geen nood aan
een kasteel of wat dan ook, nee, enkel een plaats welke ik de mijne kan noemen.
En tenslotte zijn het altijd de mensen geweest die bepaalden of ik me thuis
voelde. Zelden de omgeving, de bergen, het strand, een meer of wat dan ook. Voor
mij zijn het de mensen die het landschap maken. Ik voel me thuis als ik een band
heb met de mensen, terwijl ik ook heel erg makkelijk alleen kan zijn... er vaak
ook nood aan heb.
|
|