|
|
Prins Arjuna en zijn generaal Hanuman zijn spilfiguren in dit wayang spel. Je
kan er alles over lezen in de Bhagavad-Gita.
 In Bandung, Centraal Java, waar ik leefde, worden beide namen te pas en te onpas
gebruikt, maar als men je vergelijkt met Arjuna dan is dat een hele eer. Die eer
viel me te beurt telkens ik blanken (expatriates) die verbleven in Indonesië,
op hun plaats zette vanwege het minder goede commentaar dat ze hadden over
Indonesië of en vooral over zijn volk. De Javanen zijn fiere mensen. Heel zachtaardig,
geduldig en uiterst vriendelijk en behulpzaam, maar duw ze niet met hun rug
tegen de muur of ze worden leeuwen. En hij die zo'n wayangspel heeft meegemaakt -de eerste keer snap je er geen bal
van tenzij je natuurlijk je huiswerk hebt gemaakt- kan zich later gelukkig
prijzen dit te mogen hebben meemaken. De Javanen gaan er zo in op dat je
onwillekeurig meegesleurd wordt in hun emoties en enthousiasme. Ze beleven
het zo intens alsof ze er zelf bij zijn, en ik durf er voor wedden dat ze elk
hun eigen personage kiezen en vertolken ter plaatse. Ook in hun dagelijkse
gesprekken komen de namen van de helden regelmatig voor, en dan zie je die gloed
in hun ogen, worden ze meteen een kopje groter en gaan ze fier rechtop lopen.
De poppen die je hier ziet afgebeeld heb ik ongewild kunnen buiten smokkelen en
zijn zeker meer dan 400jaar oud. Het zijn houten, handgesneden poppen en de
kleren zijn zo verfijnd afgewerkt dat je niet anders kunt dan er bewonderend
naar kijken. Zo besef je ook meteen de grote waarden welke deze kleine poppen
voor hen hebben.
|
|