De eeuwige Jeugd.
Omdat wij allemaal weten dat er eeuwig leven bestaat proberen we allemaal, en
meest van al nog zij die er minst in geloven, om zo lang mogelijk te leven. Men
zegt: 'Als je doodgaat stopt men je gewoon in een kist. De wormen vreten je
kapot en men krijgt een dikke, loodzware arduinen steen op zijn graf, uit schrik
dat je zou proberen om terug te keren en te komen spoken in de nacht.' Ze
stoppen je 90cm diep en met 1 november krijg je een witte chrysant op je buik.
Dat is het. Je bent dood. In het fotoalbum verbleekt je foto en op het internet
steken ze je hoofd in een zwart kadertje. Luguber, macaber, maar waar.
Maar de wetenschap blijft zoeken naar middelen om de mens in leven te houden.
Naar de eeuwige jeugd.
Men vliegt naar de maan, naar Venus en naar Mars, en straks nog verder, om,
wanneer we onze planeet Aarde volledig zullen hebben uitgehold en alle leven
erop onmogelijk wordt, een uitweg te vinden waar de mens kan verder leven.
In films en in boeken worden de mensen nu al honderden jaren oud en de
eeuwigheid is nabij.
Science fiction, zegt men. Wat met Jules Verne dan?
De wetenschap is in staat ons lichaam te klonen, zodat we eeuwig jong kunnen
blijven.
Vandaag nog neem ik elke morgen mijn jas en broek uit de kleerkast. De tijd dat
ik 's morgens in mijn kloon stap is nabij. Een kloon om te werken. Een kloon om
uit te gaan. Een kloon om gekloonde vrouwen te verleiden en de liefde te
bedrijven. Een kloon voor elke handeling en gelegenheid.
Vroeger was het de kerk die ons het eeuwig leven beloofde. Nu gaan enkel nog
oude mensen naar de kerk, want jonge mensen willen resultaten zien. Nu. Ze
geloven in de wetenschap. En ik... ik geloof in mezelf en probeer niets anders
meer dan elk ogenblik zo bewust mogelijk te leven. Als ik plezier maak, is het
plezant. Als ik werk, is dat plezierig. Ik leef in 'eeuwige' Vreugde.