De meeste mensen zijn op zoek. Op zoek naar geluk, of op zoek naar geld,
of een goede relatie; elk is op zoek naar iets. Het feit dat we ergens
naar op zoek zijn betekent dat we het niet hebben en er naar verlangen,
waarbij ik me afvraag hoe je zo erg kan verlangen naar iets wat je niet
kent, want hetgeen je bvb over geluk weet is wat een ander er over
vertelt, maw zijn/haar geluk dus. Of geld. De meeste mensen hebben er
altijd te kort. Nooit genoeg. En dus willen ze meer. Geld laat je toe om
comfortabel te leven, maar niets is zo onbestendig in zijn waarde. Als
herfstbladeren aan de bomen. Met een sterke windvlaag (beurscrash) is
alles weg. Materie: het vergankelijke, onbestendige deel van ons leven.
Voor sommigen is het duidelijk waarnaar ze op zoek zijn. Ze
schijnen precies te weten wat ze willen en ze gaan er voor. Ik
daarentegen heb me altijd laten leiden door de omstandigheden. Ik ben
dus ook nooit echt op zoek geweest naar geluk of zo. Wel naar mezelf. Ik
was voortdurend op zoek naar mezelf, maar telkens kwam ik twee stappen
te kort. Ik heb me 'zelf' altijd achterna gelopen.
Ik ben nooit op zoek geweest naar geluk. Voor mij was het
meedrijven op de gebeurtenissen van elke dag het meest eenvoudige geluk
dat er was. Toch was ik, ergens diep in me zelf, ervan overtuigd dat er
meer moest zijn dan dat simpele geluk. Iets hoger. Ongrijpbaar nog. En
ik ging op zoek naar God. En niettegenstaande ik Hem regelmatig
tegenkwam in mensen en dingen kreeg ik nooit rechtstreeks contact. God
was ongrijpbaar. Te groot voor mij, kleine 'zelf'.
God vind je niet. God verbergt zich ook niet. God komt zelf
naar je toe, of je Hem zoekt of niet, of je Hem aanvaardt of niet. God
komt naar jou. En God kwam ook tot mij. Zoals ik al zei, in de meest
simpele dingen. In een mooie bloem, of het klaterende lied van een
vogel, de parelende glimlach in het oog van een jonge vrouw of het
dartele spel van kinderen. God kwam ook in mijn dromen. God kwam in
het samenlopen van omstandigheden, en ik ben er heel zeker van dat Hij
meerdere keren in mijn leven de omstandigheden heeft gebruikt om me te
laten doen wat voor mij uitgestippeld was door Hem, en wat achteraf
gezien ook het beste leek te zijn geweest, voor mij. Ik weet dus dat Hij
er is, maar toch krijg ik er geen vat op. Dus ben ik ook daarmee gestopt.
Als God me nodig heeft dan regelt Hij wel dat ik doe wat Hij weet
dat goed is. Ik lig in Zijn Hand.