Geboorte
van een
Kind
Kinderen zijn Perfect.
Zo herinner ik me een droom.
Het speelt zich af
in café den Engel te Antwerpen,
een typisch artiestencafé
waar je een
allegaartje van alle slag kon en mocht verwachten.
Van welbespraakte en
hoog intellectuele heren
tot het zootje van kunstenaars dat te lui is om
te werken
zogezegd omdat ze hun kunstenaars-talenten niet aan de massa
willen vergooien.
Ik zie de beelden opnieuw
alsof het pas gisteren was
dat ik ze droomde.
Ik zit, benen rond de kachel,
zo'n klein rond "duvelken"
dat gloeiend rood staat,
mijn kop met beide handen steunend,
mezelf te
beklagen
in het midden van het café.
Een paar altijd aanwezige klanten
hangen of liggen als wazige,
niet belangrijke figuranten
op een bank
tegen de muur
waarvan de affiches loskomen in krullende hoeken.
Voor hen
is het waarschijnlijk al vroeg deze morgen,
terwijl voor mij de wereld
reeds vergaat op dit nocturne uur.
Plots vliegt de deur met een zwaai open
en springt er een man naar
binnen.
Tegen het witte ochtendlicht rijst zijn figuur
als een
vrijheidsstrijder op een pas opgeworpen barricade.
Iedereen kijkt naar
hem op.
Het is doodstil.
Enkel het warme zoemen van het "duvelken"
vibreert in deze late ruimte.
De man draagt een lederen jack dat rond
zijn hartstreek een grote bult vertoont.
"Ik heb een Kind" brult hij
luid naar ons allemaal,
en plots herken ik mezelf in hem.
Van op mijn stoel zie ik mezelf staan
waar zojuist die man nog stond.
En
onder mijn lederen jack draag ik een kind.
Een pasgeboren kind.
Mijn hemd kleeft bloederig warm.
Het zweet breekt me uit.
Er is geen
tijd te verliezen.
Ik zie mezelf verdwijnen
achter de deur naar de
toiletten
en enkele minuten later terugkomen,
het kind met mijn
bloederige handen
triomfantelijk hoog in de lucht gestoken.
Ik roep naar
iedereen:
“Mijn kind is perfect”
Ik weet met een mathematische zekerheid
voorbij oneindige kwadraten dat
dit kind alles ziet,
alles hoort, alles weet.
Dit kind is het perfecte
Zelf.
Dit kind is …
“Is het een jongetje?” vraagt een stem.
Dit kind spreekt alle talen van de hele wereld” is mijn antwoord. ”
Jullie geloven me niet?…”
“Vraag het wat je wil” roep ik, “het zal je antwoorden. Dit kind weet
alles.”
Achter en rond mij hangt geroezemoes van stemmen,
en plots lijkt het me
ook of er een hele hoop volk aanwezig is.
De massa blijft groeien.
Stemmen klinken luider en…
de eerste stemmen van ongeloof rijzen boven
de andere uit.
”Ha, jullie denken dat dit niet kan”
”Ha jullie denken dat dit kind
niet kan spreken…” daag ik iedereen uit.
“Hoe kan het dat een pasgeboren kind kan spreken…
man je bent dronken
van 's morgens vroeg” is de repliek.
De ogen van het kind gloeien zacht
en groot,
zijn als een wolkenloze lucht of een heldere oceaan van zuiver
water.
Alle bloedsporen op mijn jack en hemd zijn gewoon verdwenen,
en terwijl
ik daarstraks nog met een zware kop
vol zogezegde zorgen tussen bei mijn
handen zat,
sta ik nu zelfzeker en totaal overtuigd van mijn gelijk
fier
midden deze menigte van ongelovigen.
Want blijkbaar hebben de stemmen
van de roddel
de eerste positieve trillingen doen verdwijnen
en heerst
er nu alom ongeloof…
of veeleer,
een soort schrik om dit mirakel te
geloven, te aanvaarden.
Want een mirakel zou het zijn… of niet?
Iemand stelt een vraag.
Ik weet niet wat juist maar dat schijnt van geen
belang.
Ik voel enkel de blik van het kind
dat me met zijn nu bijna
droeve ogen dwingt om naar buiten te gaan,
het café uit, de straat op,
het plein over… weg van hier.
“Mijn kind is God” roep ik nog achterna,
terwijl luid gebrul en dronken
gelach
alle zoete geluiden van deze vroege morgen overstemmen.
Korte tijd nadien ben ik terug.
Alleen.
Het kind heeft me niet langer
nodig.
Is zelf zijn weg gegaan.
En ik zit opnieuw met beide benen rond
de kachel,
mijn hoofd steunend in bei mijn handen.
Het café is opnieuw
leeg en donker.
Iemand vraagt: “waarom wilde je kindje niet spreken?
Het heeft zulke mooie ogen…”
Met zachte woorden van warmte
en tedere gebaren van genegenheid
leg ik
hen uit dat dit kind wel kan spreken,
wel alles weet, hoort en ziet,
maar niet wil spreken.
Niet tegen mensen die reeds vooraf hun hart gesloten houden.
Niet
tegen mensen die enkel hun hoofd vullen met kennis
en verder niet bereid
zijn om te luisteren naar de morgenwind,
of het lied van mijn windekind.
”Mijn Kind spreekt in alle talen tot alle harten die zichzelf willen
openen voor zijn Liefde.
Mijn Kind spreekt niet met woorden maar met een deugddoende warmte
over
dingen die geuren naar verse perziken,
klinken als het zachte geluid van
een viool
en je hart schilderen met alle kleuren van een regenboog”.
En plots is het warm.
Plots is het café verlicht met een zacht stralende warmte
die alle
mensen omringt,
omhelst in een teder gebaar.
Iedereen weet.
Iedereen voelt.
En iedereen zwijgt.
“Mijn Kind is God” zeg ik.
KENNISMAKING
DROMEN
Dromen
Kinderdroom Brussel kermis
Hemelhuis
Transithall Geboorte van een Kind
PhilBosmans